Vragen

Groepenkast vervangen algemeen advies:

De aanwezigheid van aardlekschakelaars in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties is in Nederland
volgens de NEN 1010 sinds 1975 verplicht. Ze worden veelal in de groepenkast opgenomen.

Tegenwoordig mogen de aardlekschakelaars van 500 mA (=0,50 A) niet meer worden gebruikt en
alle aardlekschakelaars van het type AC zijn niet meer toegestaan.

In installaties na 1996 en sinds 1 september 2005 is het zelfs verplicht, om in woningen waarvan
de bouwvergunning is afgegeven na deze datum, alle eindgroepen in de groepenkast verdeeld achter
twee aardlekschakelaars van 30 mA te plaatsen (bij meer dan twee eindgroepen).

Ook bij het aanpassen van de groepenkast is men verplicht de nieuw te plaatsen eindgroep achter
een aardlekschakelaar van maximaal 30 mA (=0,03 A) te plaatsen.
Met andere woorden de volledige installatie moet dan worden aangepast en achter twee
aardlekschakelaars van maximaal 30 mA worden geplaatst en waaronder dus ook de wasmachine.

In huisinstallaties mogen maximaal 4 groepen worden aangesloten achter één aardlekschakelaar.

Per 1 september 2005 is in Nederland overigens ook een hoofdschakelaar verplicht geworden.

Dit geldt voor woningen waarvan de bouwvergunning na deze datum is afgegeven of ingrijpende
aanpassingen worden gedaan aan de elektrische installatie of groepenkast.

Wanneer is een hoofdschakelaar verplicht:

Een hoofdschakelaar is sinds september 2005 verplicht in elke groepenkast.
Dit geldt voor woningen waarvan de bouwvergunning na deze datum is afgegeven of
ingrijpende aanpassingen worden gedaan aan de elektrische installatie of groepenkast.

Wanneer is een aardlekschakelaar verplicht:

Groepen met een overstroombeveiliging (stop/zekering) van ten hoogste 25 A waarvan
wandcontactdozen deel uitmaken, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar
met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA
Indien deze wandcontactdozen zijn aangebracht in ruimten waar sprake is van de
volgende gebruiksfuncties of sub gebruiksfuncties:

1. woonfunctie;
2. logiesfunctie;
3. cel functie;
4. onderwijsfunctie voor basisonderwijs;
5. onderwijsfunctie voor speciaal onderwijs;
6. bijeenkomstfunctie.

Kort samengevat:

In woonhuizen moeten bij het vervangen, uitbreiden of aanpassen van de
groepenkast alle groepen verplicht worden beveiligd door een aardlekschakelaar.

Welk type aardlekschakelaar toepassen:

Wij constateren regelmatig dat er in woningen verkeerde aardlekschakelaars worden toegepast.

Er bestaan verschillende typen aardlekschakelaars met specifieke technische eigenschappen.

Soorten aardlekschakelaars:

- Aardlekschakelaars klasse A
- Aardlekschakelaars klasse AC
- Aardlekschakelaars klasse B
- Aardlekschakelaar High Immunity

Er onderscheiden zich tevens Electro-magnetische en elektronische aardlekschakelaars.

Ter vergroting van de veiligheid (direct en indirect contact) van de elektrische installatie in woningen
dienen alleen Klasse A, Electro-magnetische aardlekschakelaars van 30mA te worden toegepast.

In uitzonderlijke gevallen kunnen ook 100mA of 300mA aardlekschakelaars worden toegepast.

Een vakkundig erkend installateur kan u vertellen welk type aardlekschakelaar zich momenteel in
de groepenkast van uw woning bevindt, of in een bepaalde situatie kan worden toegepast.

Hoeveel aardlekschakelaars heb je minimaal nodig:

Vroeger bestond er nog onderscheid tussen zogenaamde natte en droge groepen.
Natte groepen waren bijvoorbeeld de keuken of de badkamer.
Toen hoefden alleen de stopcontacten van de droge groepen beveiligd te worden.
Tegenwoordig moeten alle stopcontacten verplicht beveiligd worden door een aardlekschakelaar.
Dus ongeacht het een natte of een droge groep is.

Het is niet verstandig om alles achter één aardlekschakelaar te plaatsen, omdat dan bij
uitschakeling de gehele installatie spanningsloos raakt.
Er moeten dan ook altijd minimaal twee aardlekschakelaars worden toegepast.
Het is aan te raden om de groepen van één verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
In geval van storing heb je dan toch nog altijd een lichtpunt in de buurt.

Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar:

Er mogen maximaal 4 groepen worden geplaatst achter één aardlekschakelaar.

Het maakt hierbij niet uit of deze groep 2 of 4-polig is uitgevoerd.

toepassing aardlekschakelaars in kantoorpanden

In een nieuwbouw kantoorpand wordt een nieuwe verdeelkast geplaatst met daarin
een 4 polige hoofdschakelaar van 160 A. Met daarin een aantal krachtgroepen en een aantal groepen gecombineerd (werkplek wandcontactdozen en Lichtgroepen) heeft men
de groepen niet beveiligd door middel van een aardlekschakelaar. Is dit toegestaan?

In kantoorruimten behoeven de wandcontactdozen niet achter een 30mA ALS geplaatst te worden.
Wel dient hierbij gekeken te worden of aanvullende bescherming, door middel van een aardlekschakelaar, niet om een andere reden gewenst is, bijvoorbeeld omdat er niet een voldoende
lage aardverspreidingsweerstand haalbaar is (dit geldt overigens doorgaans bij zgn. TT-stelsels )
Bij een verdeler van 160A is altijd sprake van een TN-stelsel en is de circuitweerstand voldoende laag.

Er zijn internationaal wel discussies gaande om de Aardlekschakelaar ook verplicht te stellen in de kantooromgeving, maar zover is het nog niet.

Wanneer moet uw installatie aan de nieuwste normen voldoen:

De bestaande installatie moet voldoen aan de eisen ten tijde dat de woning werd gebouwd.
Als aan deze installatie niets gebeurd dan zijn er geen aanpassingen nodig.
Wanneer er uitbreidingen/aanpassingen plaatsvinden aan de elektrische installatie dan
moeten deze voldoen aan de laatste normen.

Met betrekking tot de groepenkast betekend dat het volgende:

De groepenkast moet zijn voorzien van een hoofdschakelaar

De groepenkast moet zijn voorzien van minimaal 2 aardlekschakelaars

Geen onderscheid meer tussen "droge" en "natte" groepen

Er mogen maximaal 4 groepen worden beveilig door één aardlekschakelaar

Conclusie:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Afmetingen meterruimte:

Formeel heet de meterkast tegenwoordig meterruimte. De reden hiervoor is dat de tegenwoordige
meterruimte eigenlijk geen kast meer is en er ook niet meer zo uitziet.

Ter verduidelijking: de meterruimte is de ruimte waarin zich de groepenkast bevindt.

De voorschriften die betrekking hebben op bouwkundige afmetingen van de meterruimte kunt u
terugvinden op de website van de netbeheerder. Deze voorschriften zijn alleen van toepassing bij
de aanleg van een nieuwe meterruimte bij nieuwbouw.

In bestaande situaties gelden de voorschriften van de meterruimte volgens het bouwbesluit van
het jaar waarin de woning of het bedrijfspand werd gebouwd.

Afmetingen en inrichting van een nieuwe meterkast (nieuwbouw)
De afmeting en de inrichting eisen van een meterruimte in een woning zijn vastgelegd
in de NEN 2768. De NEN 2768 wordt uitsluitend aangestuurd voor een woonfunctie.


Voor de huidige richtlijnen en afmetingen van een nieuwe meterruimte verwijzen wij u graag
naar de onderstaande website van Aansluitingen.nl

Stedin: www.aansluitingen.nl

Enexis: www.aansluiting.enexis.nl

Liander: www.liander.nl

Cogas: www.cogas.nl

Edinet: www.edinet.nl

Westland infra: www.westlandinfra.nl


Waarvoor dient een beltransformator:

Een beltransformator heeft u nodig voor de juiste werking van de deurbel.
De deurbel werkt namelijk op zwakstroom (meestal 8 Volt) en kan dus niet
op 230Volt worden aangesloten. Hiervoor gebruikt u een beltransformator.
De beltransformator zit meestal in de meterkast en zorgt ervoor dat de stroomvoorziening van 230 Volt naar meestal 8 Volt wordt omgevormd.

Aansluiten van een extra componenten in de groepenkast

De samenstelling van de groepenkast kan worden uitgebreid met diverse extra componenten.

Voorbeelden van deze extra uitbreiding ’s componenten zijn bijvoorbeeld een:

- Beltransformator
- Stopcontact
- Programmaklok
- Relais

Deze extra componenten mogen parallel bij een bestaande groep worden geplaatst, indien
bij de montage, gebruik wordt gemaakt van de verschillende navolgende mogelijkheden:

- De installatieautomaat is voorzien van dubbele steekcontacten
- De installatieautomaat is uitgevoerd met kooiklemmen
- Bij kooiklemmen: alleen bedrading van hetzelfde type en diameter toepassen
- Bij gebruik van een aftakblokje

Wanneer moet men een aparte groep toepassen:

Apparaten met een hoger vermogen dan 2000 Watt vereisen een aparte groep.


BIJVOORBEELD:

wasmachine

vaatwasser

combimagnetron

wasdroger

quooker

oven

inductiekookplaat t/m 7300 Watt achter een kookgroep

inductiekookplaat vanaf 7400 t/m 11.400 Watt achter een krachtgroep (3 fase)

Opmerking:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Hoeveel groepen mogen maximaal in een groepenkast:

Op een 1 fase groepenkast (1x230Volt/35-40A) mogen maximaal 12 groepen.

Wat verstaat men onder een kookgroep (fornuisgroep):

Een kookgroep bestaat uit 2 gekoppelde groepen.
Als je bijvoorbeeld elektrisch wilt gaan koken, moet de groepenkast uitgebreid
worden met een zogenaamde kookgroep.



Een kookgroep kan toegepast worden bij kooktoestellen (inductie/keramisch) met een maximaal aansluitvermogen van ten hoogste 7300 Watt.

Bij kooktoestellen met een aansluitvermogen vanaf 7400 t/m 11.400 Watt dient gebruik te worden gemaakt van een krachtgroep, welke alleen kan worden toegepast bij een 3 fasen aansluiting.

Wat is een aardlekautomaat:

Een aardlekautomaat is een installatieautomaat (groep) gecombineerd met een aardlekschakelaar.
Dit is een uitstekende oplossing voor bijvoorbeeld de tuinverlichting.

1 fase of 3 fase groepenkast:

Als u een nieuwe groepenkast gaat kopen, dan moet u de keuze maken tussen een
1-fase en een 3-fase groepenkast. In de meeste huizen zit een 1-fase groepenkast.

Hoe komt u te weten welk type aansluiting u heeft ?

Dit kunt u controleren door op de KWh meter te kijken naar de aansluitwaarde.

- staat er 220/230 Volt op dan heeft u een 1 fase aansluiting.
- staat er 380/400 Volt dan heeft u een 3 fase aansluiting.

Het type aansluiting kunt u tevens nazien op het jaaroverzicht van uw energiebedrijf.

Wanneer overstappen op een 3 fase aansluiting:

Voor uw woning zal in het algemeen een aansluiting met een hoofdbeveiliging van 1x35A
voldoende zijn.

Installaties tot 5500 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x25A (230Vx25A).
Installaties tot 8000 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x35A (230Vx35A).

De hierboven genoemde vermogens zijn het verwachte maximaal gelijktijdig af te nemen vermogen.
Dat wil zeggen: Het vermogen wat u gemiddeld gelijktijdig gebruikt.

Bij een te verwachten groter gelijktijdig vermogen, dus bij een gebruik van meer dan 8000 VA (Watt)
zult u dus een driefasen aansluiting moeten aanvragen.

Wat te doen bij een storing:



1. De aardlekschakelaar weigert.
2. De aardlekschakelaar val uit en hij wilt niet meer aan.
3. Installatie delen die vaak een aardlek storing veroorzaken.
4. Hoe vaak moet u de aardlekschakelaar testen.
5. Er is helemaal geen spanning meer.
6 . Er hangt een brand lucht in de meterkast.
7. Het licht knippert.
8 . De stoppen worden heet.



1. De aardlekschakelaar weigert:
De aardlekschakelaar dient om de installatie (of bij meerdere aardlekschakelaars een gedeelte)
uit te schakelen bij gevaarlijke situaties.
De aardlekschakelaar in de meterkast dient met een zekere regelmaat gecontroleerd te worden
op de juiste werking. Dit kan simpel door de test knop op de aardlekschakelaar in te drukken.
Als u dit doet, dan dient direct de aardlekschakelaar uit te schakelen.
Gebeurt dit niet dan is het raadzaam een vakman te waarschuwen om de aardlekschakelaar na
te kijken en eventueel vervangen.
Laat U de aardlekschakelaar niet controleren of vervangen dan kan een fout in de installatie of in
een elektrisch apparaat de aardlekschakelaar niet uitschakelen.
Deze situatie is bijzonder gevaarlijk.
U kunt dan een elektrische schok krijgen van de installatie of het defecte apparaat.

2. De aardlekschakelaar valt uit en wil niet meer aan:
Als de aardlekschakelaar spontaan uitschakelt dient u eerst te kijken waarom dit gebeurt.
Vaak is het een kleinigheid zoals een koffiezet apparaat dat overgelopen is of een waterkoker
die overkookt.
Dan de betreffende stekker uit het stopcontact halen en de aardlekschakelaar weer inschakelen.
Soms is het echter minder eenvoudig.
U weet niet waarom de aardlekschakelaar uitschakelt en als u de aardlekschakelaar weer inschakelt
lukt dit niet. Dan moet u als volgt te werk gaan:

Een aardlekschakelaar beveiligd nooit meer dan 4 groepen (zijn het er wel meer dan is er iets fout).
Zet de groepen die achter de betreffende aardlekschakelaar zitten allemaal uit met de automaat of
met het groepenschakelaartje.
Zet dan de aardlekschakelaar weer in. Blijft de aardlekschakelaar zitten dan één voor één de groepen
weer inschakelen. Komt u bij de groep waar de fout inzit dan schakelt de aardlekschakelaar direct uit.
U weet dan in welke groep de fout zit. Zet deze groep uit en zet de rest van de groepen die geen fout
geven weer aan.
U kunt nu kijken in welk gedeelte van het pand de spanning weg is.
Vaak kunt u dan ook de oorzaak vinden. Zoniet dan is het raadzaam een vakman te waarschuwen.

3. Installatie delen die vaak een aardlek storing veroorzaken:
Vaak zijn het dezelfde installatie delen die storing veroorzaken.
Het is dan ook wijsheid om die delen bij storing even te controleren alvorens een vakman te waarschuwen.

Buitenverlichting aan de wand of in de tuin, buiten wandcontactdozen (stopcontacten),
kabels in de tuin die met graven geraakt zijn, koffiezet apparaten, waterkokers, koelkasten
die ontdooid zijn en weer opgestart worden, wasautomaten en wasdrogers
(vooral condens drogers waar het waterreservoir van overloopt).

De fout kan ook in de installatie zitten. Let wel, een goed aangelegde installatie kan bijna niet
spontaan een aardlek fout geven.
Het zijn echter factoren van buitenaf die dit wel kunnen. Denk hierbij aan een lekkage in het
platdak of een lekkage in de waterleiding boven in de meterkast. Het is verstandig dit geregeld
te checken omdat er behoorlijke schade kan ontstaan als er te laat actie wordt ondernomen.

4. Hoe vaak moet u de aardlekschakelaar testen:

De aardlekschakelaar dient 1x per maand te worden getest.
Als u dit doet dan garandeert de fabriek een juiste werking.

Uit de praktijk blijkt dat aardlekschakelaars nooit of bijna nooit worden getest.
Als we de mensen dan vragen waarom niet dan blijkt dat mensen het vervelend
vinden als alle apparatuur met een ingebouwde klok (video, wekkerradio, thermostaat etc.)
elke keer opnieuw in te moeten stellen.

Wij adviseren dan om de aardlekschakelaar te testen bij het omzetten van zomertijd naar
wintertijd en ook bij het omzetten van wintertijd naar zomertijd.
U moet de klokken dan toch opnieuw instellen. Zo pakt u de veiligheidstest mooi mee.

5. Er is helemaal geen spanning meer:
Als er helemaal geen spanning meer is dan zijn er 2 mogelijkheden.
Het stroom leverend bedrijf heeft een storing.
Dit kunt u controleren door te kijken of de buren wel spanning hebben.
Of de eigen hoofdzekering is gesprongen.

In de eerste situatie kunt u bellen met het stroom leverend bedrijf.
In de tweede situatie kunt u zelf nagaan of de verdeelkast onder de meter aan de buitenkant
warm aanvoelt. Is dit het geval dan is er sprake van een overbelasting.
U heeft dan meer vermogen afgenomen dan waar de hoofdzekering voor bestemd is.

Dit gebeurt vaak in het voor en najaar als gevolg van extra kachels omdat de CV nog niet
aanstaat of als de wasmachine en droger gelijk aanstaan en dan ook nog de vaatwasser.

Als u zeker weet dat dit het geval is dan moet u het stroom leverend bedrijf waarschuwen.
Deze zal de hoofdzekering vervangen en de kast weer veilig verzegelen.
U mag dit nooit zelf doen, alles onder en aan de meter is verboden om open te maken.
De hoofdzekering kan ook door een kortsluiting defect raken.
Het leidt te ver om hier precies uit te leggen hoe dat kan.
Het is dan echter wel zaak om een vakman te waarschuwen die de kortsluiting kan verhelpen.

6. Er hangt een brandlucht in de meterkast:
Als er een brandlucht in de meterkast hangt dan heeft dit veelal met overbelasting te maken.
U kunt dan het beste nagaan wat er allemaal in huis aan vermogen is aangesloten.
(wasautomaat, wasdroger, vaatwasser, kookplaat, magnetron, oven / grill, etc. ).
U kunt dan een vakman advies vragen of Uw installatie geschikt is voor de aangesloten apparaten.
Vaak hoeft een brandlucht niet het gevolg te zijn van overbelasting.
Een schroef die los geraakt is of nooit goed vast gezeten heeft kan ook vreemde dingen veroorzaken.
Het zal niet de eerste keer zijn dat er een schakelaar totaal verkoolt door een losse schroef.
Ons advies is dan ook, controleer regelmatig de meterkast op extreme warmte ontwikkeling.

7. Het licht knippert:
Als het licht knippert van een enkele lamp, dan kan het lampje aan het einde van zijn levensduur
zijn. Is het echter een hele groep in huis die regelmatig knippert, dan kan de oorzaak ernstiger zijn.

Heel vaak is dit al een voorbode van de in punt 6 genoemde losse schroef of een slecht contact in
de groepenschakelaar. Een enkele lamp kunt u eenvoudig zelf vervangen.
Bij de tweede mogelijkheid is het raadzaam de vakman te waarschuwen.

8 .De stoppen worden heet:
Als de smeltveiligheden (stoppen) te heet worden is dit veelal het gevolg van overbelasting van de
groep. Dit wordt veroorzaakt door b.v. 2 zware apparaten op één groep.
Zware apparaten zijn bijvoorbeeld: wasautomaat, wasdroger, vaatwasser, kookplaat, magnetron, oven / grill, boiler, zonnebank, sauna etc.

Vaak kunt u het probleem verhelpen door een apparaat aan te sluiten op een andere groep.
Bij nieuwe aanleg worden voor alle voornoemde apparaten dan ook aparte groepen gemaakt om
de continuïteit te waarborgen.
In een bestaande situatie is uitbreiding vaak wel mogelijk, alleen gaat dit vaak gepaard met een
zichtbare montage van de installatie.
Uw installateur zal er echter alles aan doen dit zo netjes mogelijk te doen.


De werking van een installatie-automaat (groep):

Een installatieautomaat beveiligt de installatie tegen kortsluiting en overbelasting.
Kortsluiting kan bijvoorbeeld ontstaan door een defect in een apparaat.
Bij overbelasting wordt er teveel vermogen van een groep afgenomen.

Dit kan gebeuren als meerdere grote verbruikers aan staan, bijvoorbeeld bij
gelijktijdig gebruik van een waterkoker, een stofzuiger en een koffiezetapparaat.


Maar ook als men een droger koopt en deze op dezelfde groep als de wasmachine aansluit.
Daarom moeten een wasmachine en een droger altijd op twee verschillende groepen aangesloten worden.

Een installatieautomaat heeft dezelfde functie als de oude stoppen, de smeltzekeringen.
Het voordeel van de automaat is dat deze niet defect raakt, maar weer ingeschakeld kan
worden zodra de oorzaak van het uitschakelen verholpen is.

De werking van een aardlekschakelaar:

Een aardlekschakelaar is een extra beveiliging van de installatie.
Er kunnen fouten optreden waarbij de installatieautomaat (nog) niet uitschakelt.
Vaak heeft dit te maken met oude apparaten in een vochtige omgeving, zoals een koelkast of vrieskist. Er kan gevaar ontstaan als de aarding van zo'n apparaat niet in orde is. Het apparaat kan dan onder stroom komen te staan zonder dat dit leidt tot uitschakeling van de installatieautomaat. In dat geval biedt de aardlekschakelaar extra veiligheid.

Al bij een kleine lekstroom schakelt de aardlekschakelaar uit.
Zo staat er geen spanning meer op het apparaat en kan je het zonder gevaar aanraken.
Als de aardlekschakelaar uitgeschakeld is ga je als volgt te werk:

Schakel de groepen achter de betreffende aardlekschakelaar uit.

Schakel de aardlekschakelaar weer in.

Schakel de groepen één voor één weer in.

Zodra de aardlekschakelaar weer uitschakelt, laat je desbetreffende groep uit.
de overige groepen kunnen ingeschakeld blijven.

Veel mensen weten dit niet, maar een aardlekschakelaar moet regelmatig getest worden.
Op de aardlekschakelaar zit een testknop.
Zodra deze wordt ingedrukt moet de aardlekschakelaar automatisch uitschakelen.
Reageert de aardlekschakelaar niet op de testknop, neem dan contact op met uw elektricien.

Veiligheidsaarding:

De veiligheidsaarding heeft een heel speciale functie.

Deze wordt zo genoemd omdat deze draad direct, en zonder onderbrekers naar de
aardelektrode gaat die zo diep in de grond is geplaatst, dat zij altijd in het grondwater staat.

In oude huizen zie je nog wel eens dat er geen aardelektrode/aardingspen aanwezig is, maar dat
de waterleiding gebruikt wordt als aarding.

Toen de waterleidingen ook ondergronds nog van koper gemaakt waren gaf dat een prima
aardleiding, met de huidige kunststof leidingen kan en mag dat niet meer.

Conclusie:
- De aardleiding dient verbonden te zijn met een aardingspen.

De aardleiding wordt in sommige gemeenten gekoppeld aan de aarding die deel uitmaakt
vanuit de voedingskabel van uw energiebedrijf.

Wat is een lekstroom:

Een lekstroom kan ontstaan doordat een storing is opgetreden in een apparaat waarbij op het
metalen chassis elektrische spanning komt te staan.
Bij een zogenaamd geaard apparaat zal de lekstroom via de wandcontactdoos wegvloeien.
Bij een niet geaard apparaat, zal bij aanraking de elektrische stroom door het lichaam wegvloeien naar aarde. In beide gevallen is de retourstroom niet gelijk aan de stroom die het huis via de aardlekschakelaar is ingegaan, de aardlekschakelaar treedt in werking voordat de situatie levensbedreigend is geworden.

Aandachtspunten bij de aanleg van een nieuwe groep:

Bij het aanleggen van een nieuwe groep dient u rekening te houden met het volgende:

Bij het aanpassen van de groepenkast is men verplicht de nieuw te plaatsen eindgroep achter een aardlekschakelaar van maximaal 30mA (=0,03A) te plaatsen.

Met andere woorden: de volledige installatie moet dan worden aangepast en achter twee aardlekschakelaar van maximaal 30mA worden geplaatst en dus ook de wasmachine.
Let wel even op, want er mogen maximaal maar 4 groepen op één aardlekschakelaar.

De aanwezigheid van aardlekschakelaars in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties is in Nederland volgens de NEN 1010 sinds 1975 verplicht. Ze worden veelal in de groepenkast opgenomen.
In installaties na 1996 en sinds 1 september 2005 is het zelfs verplicht, om in woningen waarvan de bouwvergunning is afgeven na deze datum, alle eindgroepen in de groepenkast verdeeld achter twee aardlekschakelaars van 30mA te plaatsen (bij meer dan twee eindgroepen).

Zonnepanelen selectiviteit m.b.t. de hoofdzekering:

Selectiviteit m.b.t. de hoofdzekering

Het maximaal in te voeren vermogen aan zonnestroom is afhankelijk van de aanwezige hoofdzekering. In de standaard woningen is er in de meeste gevallen dit een hoofdzekering van 25A, 35A of 40A. De vuistregel is dat de zekering in de groepenkast factor 1,6 kleiner moet zijn dan de hoofdzekering.

Een aantal voorbeelden:

De hoofdzekering is 1 x 40A. De maximale groepenkast zekering = 40A : 1,6 = 25A. Het maximaal in te voeren zonnestroom bedraagt dan 230V x 25A = 5750W

De hoofdzekering is 1 x 25A. De maximale groepenkast zekering = 25A : 1,6 = 16A. Het maximaal in te voeren zonnestroom bedraagt dan 230V x 16A = 3680W

De hoofdzekering is 3 x 25A. De maximale groepenkast zekering = 25A : 1,6 = 16A per fase. Het maximaal in te voeren zonnestroom bedraagt dan 230V x 16A = 3680W x 3 fases = 11040W

Te installeren vermogen op 1 fase 10500Wp. In te voeren stroom 10500 : 230V = 45,65A. Zekering zonnestroom installatie 50A. Minimale grootte van de hoofdzekering 50A x 1,6 = 80A.

Te installeren vermogen op 3 fase 10500Wp. In te voeren stroom 3500 : 230V = 15,22A. Zekering zonnestroom installatie 16A. Minimale grootte van de hoofdzekering 16A x 1,6 = 3x 25A.


Selectielijst

Hoofdzekering

Zekering groep zonnepanelen

Omvormer
vermogen

Te installeren
vermogen

1 x 25A

1 x 16A

1 x 3680 W

3680 W

1 x 35A

1 x 25A

1 x 5750 W

5750 W

1 x 40A

1 x 25A

1 x 5750 W

5750 W

3 x 25A

3 x 16A

3 x 3680 W

11040 W

3 x 35A

3 x 25A

3 x 5750 W

17250 W

3 x 40A

3 x 32A

3 x 7360 W

22080 W

3 x 63A

3 x 40A

3 x 9200 W

27600 W

3 x 80A

3 x 50A

3 x 11500 W

34500 W

3 x 100A

3 x 63A

3 x 14490 W

43470 W

3 x 125A

3 x 80A

3 x 18400 W

55200 W

3 x 250A

3 x 160A

3 x 36800 W

110400 W

3 x 400A

3 x 250A

3 x 57500 W

172500 W

3 x 500A

3 x 355A

3 x 81650 W

244950 W

3 x 630A

3 x 400A

3 x 92000 W

276000 W

Zonnepanelen en de groepenkast:

Installatie zonnepanelen:

Installatie kleinste pakket ( tot 600 WP)
Het kleinste pakket van drie zonnepanelen mag aangesloten worden op één groep in uw meterkast,
de omvormer mag bijvoorbeeld aangesloten worden op een geaarde wandcontactdoos (stopcontact)
op de zolder. Op deze groep mogen ook kleinere verbruikers geïnstalleerd zijn.

Installatie van een groter pakket ( vanaf 600 WP)
Pakketten vanaf 600 WP dienen aangesloten te worden op een aparte groep in de meterkast. Hierbij mogen tussen de omvormer en de meterkast aansluiting geen andere gebruikers worden geplaatst.
De wandcontactdoos waarop de omvormer wordt aangesloten dient gecodeerd als zijnde
“alleen te gebruiken voor zonnepaneel set” (zie ook laatste alinea "aparte groep")

Vervanging huidige elektriciteitsmeter
Uw elektriciteitsmeter moet kunnen meten hoeveel elektriciteit u terug levert aan het net.
Als uw huidige meter een ferrarismeter is, een meter met een ouderwetse draaischijf wordt de
teveel geproduceerde stroom automatisch terug geleverd aan het elektriciteitsnetwerk.
Er zal altijd gecontroleerd worden of uw meter geschikt is voor terug levering. Is deze niet geschikt
dan wordt contact opgenomen met het plaatselijk meterbedrijf ( Stedin, Enexis, Liander, westland infra, Edinet, Cogas)
De meter wordt vervangen voor een vier telwerk meter (zgn. “slimme meter”), met deze meter
kunt u ook meteen bekijken hoeveel electriciteit u terug geleverd heeft aan het net.

Aanpassingen in uw meterkast
Afhankelijk van de grootte van de zonnepaneelinstallatie dient gecontroleerd te worden of de hoofdzekering zwaar genoeg is. Indien dit niet het geval is, dient deze verzwaard te worden. Ook kunnen meerdere sets zonnepaneelinstallaties verdeeld worden (indien aanwezig) over meerdere fases (normaliter 3 x 25 A). Als hoofdregel geldt dat bij een hoofdaansluiting van 1 x 35A er maximaal 5750 wattpiek aangesloten mag worden.

Aardlekschakelaar
De zonnepanelen set wordt aangesloten vóór de aardlekschakelaar, dit wordt gedaan om te voorkomen dat grotere vermogensets spanningsverschillen creëren bij het opstarten van de omvormer, waardoor de aardlekschakelaar denkt dat er een aardlek is (stroomlek) en de spanning naar het systeem achter deze aardlekschakelaar uitschakelt.

Aparte groep
Afhankelijk van het aansluitvermogen van de zonnepanelen installatie (vanaf 600 Watt) dient een extra groep(en) duidelijk gecodeerd in of buiten de reguliere groepenkast te worden geplaatst, zodat ook voor derden meteen duidelijk is dat dit een aparte groep(en) speciaal voor Zonnepanelen betreft waarmee elektriciteit terug geleverd wordt.

Tips en advies omtrent het zelf aanleggen van elektriciteit:

U heeft behoefte aan een paar extra stopcontacten, u wilt een lichtschakelaar door een dimmer vervangen. Grote uitbreidingen van de elektrische installatie zijn een taak voor de elektricien,
maar er blijven heel wat klussen over die u zelf kunt doen. Daarom is het handig om iets van
elektra af te weten.

Veiligheid staat voorop!
Aan welke elektriciteitsklus u ook begint, vergeet nooit de nodige veiligheidsmaatregelen in acht te nemen.

Werk nooit aan een elektrische installatie, waar nog spanning op staat. Schakel de elektriciteit uit door
de hoofd- op groepsschakelaar om te zetten.

Controleer met een deugdelijke spanningzoeker of u de juiste groep(en) heeft uitgeschakeld.

Zet nooit spanning op een elektriciteitsleiding die nog niet is afgemonteerd.

Gebruik deugdelijk geïsoleerd gereedschap.

Pas op dat de isolatie van de draden niet wordt beschadigd bij het strippen.

De elektrische leidingen worden aangesloten via de aansluitkast van het energiebedrijf. Deze aansluitkast
is verzegeld en bevat de hoofdzekering. U mag deze aansluitkast NOOIT openen.

Gebruik alleen materialen met CE-keurmerk.

Verlengsnoeren mogen niet worden vastgelegd.

De verlichting in de badkamer moet zo zijn uitgevoerd dat de schakelaar aan de buitenkant is gemonteerd (behalve de wasmachineschakelaar) of minimaal 60 cm van de wastafel, douche of bad.

Voor buitenverlichting en kabels onder de grond moet u VMvK-kabels gebruiken. Dit is een kabel met
vinylmantel en vinylisolatie rond de koperen kern, inclusief afschermkabel.

Soort draad

Kleur (dikte draad in mm2)

fase-draad (aanvoerdraad)

bruin (2,5 mm2)

nul-draad (afvoerdraad)

blauw (2,5 mm2)

schakel- of lampdraad

zwart (1,5 mm2)

aarddraad

geel/groen (2,5 mm2)

Het energiebedrijf en allerlei wettelijke voorschriften stellen hoge veiligheidseisen aan de elektrische installatie. Brengt u zelf ingrijpende wijzigingen aan, laat die dan door uw elektricien controleren.
Eventueel kunt u voor alle zekerheid het afmonteren en aansluiten aan uw elektricien overlaten.

De elektrische installatie
De elektriciteit komt uw huis binnen via de aansluitkast, waarin de hoofdzekering zit.
Het energiebedrijf heeft deze kast verzegeld. Van daar loopt de leiding via de eveneens verzegelde kilowattuurmeter
naar de aardlekschakelaar (alleen bij installaties van na 1975), om uit te monden in de meterkast .
De meterkast verdeelt de stroom in groepen, die allemaal met een zekering en een groepsschakelaar beveiligd zijn tegen overbelasting en kortsluiting. Elke groep voorziet via leidingen een deel van uw huis van elektriciteit.

Zekeringen
De meest gebruikte zekeringen zijn stoppen van 16 ampère, herkenbaar aan een grijs verklikkertje.
De maximale vermogens per groep zijn: 16 ampère x 230 volt = 3.680 watt.
Bij overbelasting slaat de stop uit. Deze moet dan vervangen worden.
In plaats van stoppen worden steeds vaker automatische zekeringen gebruikt (soms in combinatie met een aardlekschakelaar). Deze hebben een zwarte knop die bij overbelasting uitspringt.
Indrukken herstelt de stroomtoevoer weer.

Schakel de stroom pas in nadat de oorzaak van het defect is verholpen. Meestal is één apparaat de boosdoener.
Weet u niet welk, haal dan alle stekkers uit de stopcontacten en maak de zekering in orde.
Sluit de apparaten een voor een aan totdat de zekering opnieuw uitgeschakeld wordt.
In het laatste apparaat zit dan de fout.

Oude draadkleuren
In de loop der tijd zijn sommige draadkleuren veranderd. Let dus extra op als u oude en nieuwe draden met elkaar verbindt. De stroomdraad (aangeduid met de letter P) was groen, maar is nu bruin.
De nuldraad (aangeduid met de letter N) was rood, maar is nu blauw.
De aardedraad was grijs, maar is nu geel/groen.
De zwarte schakeldraad en de niet-geïsoleerde blanke aardedraad zijn gelijk gebleven.

Randaarde
Sinds juli 1997 mogen uitsluitend nog stopcontactdozen met randaarde aangelegd worden, ook in woon- en slaapkamers. In ruimten met een stenen vloer, keukens, badkamers, kelders, garages, schuren en buitenshuis was deze extra beveiliging altijd al verplicht. Het betekent dat de contactdoos aangesloten moet zijn op een beschermleiding, zodat bij kortsluiting de stroom ongehinderd een uitweg kan vinden. Deze beschermleiding is gekoppeld aan de koperen waterleiding (in oudere huizen) of een aardelektrode, een metalen staaf die diep de grond in gaat.

Een bad en/of douchebak van metaal, de waterleiding, kranen, afvoeren en de CV moeten geaard worden met een blanke aarddraad die beschermd wordt met een PVC-elektrabuis. Whirlpool, pompen e.d. in de badkamer moeten aangesloten worden op een eigen elektragroep met een aparte aardlekschakelaar. Bovendien mogen in de badkamer verlichtingsarmaturen, contactdozen en elektrische apparaten uitsluitend worden aangebracht of gebruikt op minimaal 60 cm van douche, bad of wastafel.

Schakelaars en dimmers
Schakelaars en schakelmogelijkheden zijn zo divers, dat wij hierbij wat algemene opmerkingen willen maken.
Werk altijd volgens de gebruiksaanwijzing. Alleen bij tweepolige schakelaars mogen de blauwe draden op de schakelaar worden aangesloten.
Merk bij wisselschakelaars met drie zwarte draden, de draad die is aangesloten op de P-klem met een stukje tape.
De andere twee zwarte draden mogen verwisseld worden.

Vervangt u een schakelaar door een dimmer, kies dan een dimmer met de juiste of een overcapaciteit. Schroef de schakelaar, de ring en de bruine en zwarte draad los. Sluit de draden volgens de gebruiksaanwijzing aan op de dimmer. Zet deze vast in de inbouwdoos en monteer de afdekplaat en bedieningsknop. Behalve op- en inbouwdimmers bestaan er ook snoer- en tafeldimmers voor armaturen die op een stopcontact zijn aangesloten.

Een lamp ophangen
Hang een plafondlamp altijd aan een trekontlasting (haakje), nooit alleen aan de installatiedraden. Verbind installatie- en lampdraden met een kroonsteentje. Sluit u de lamp aan op de centraaldoos, verleng dan zo nodig, na verwijdering van de afdekplaat, met een lasdop de zwarte schakeldraad en maak op de bestaande lasdop van de blauwe nuldraad een aftakking. Zet de afdekplaat terug en monteer het kroonsteentje. Komt de lamp een eind van de centraaldoos, leidt dan een snoer langs het plafond. Hang de lamp aan een losse, in het plafond aangebrachte trekontlasting (haakje).

Verlichting in de tuin
Voor het aanleggen van buitenverlichting gebruikt u spatwaterdichte lasdozen, contactdozen en schakelaars. Deze zijn voorzien van afsluitklepjes en hebben aan de onderkant condens gaten, die u moet doorprikken. Aansluitingen zijn mogelijk vanaf de meterkast, een inbouwdoos of een geaard stopcontact. Om een kabel door de buitenmuur te leiden, boort u een gat van 16 mm.
Bescherm de kabel met een stuk pvc-buis en laat hem uitmonden in een lasdoos. De lasdoos heeft zeven ingangen; breek open welke u nodig heeft en vijl ze glad. Een waterdichte kabelaansluiting maakt u met een wartel en een rubberring.

U kunt kiezen uit leidingen onder of boven de grond. Voor een bovengrondse leiding gebruikt u VMvK-kabel, die u vastzet met kabelzadels, om de 40 cm en maximaal 10 cm vanaf een aansluitpunt. Gebruik voor een ondergrondse leiding een YmvK-as (aardscherm)-kabel. Die heeft een gevlochten metalen mantel voor bescherming en aarding. Ontvlecht een stukje aan beide uiteinden, draai dat tot een draad en breng soldeer aan. Sluit het ene draadeind met een lasdop aan op de geel/groene aardedraad die van binnen komt en het andere op de aarde van de lichtarmatuur.

De kabel moet minstens 50 cm diep worden ingegraven. Tot die diepte beschermt u hem met elektrabuis.
InstalCenter verkoopt ook verplaatsbare buitenverlichting en stopcontacten. Hiervoor mag geen vinyl- of rubbersnoer gebruikt worden, maar alleen neopreen mantelkabel, die bestand is tegen vorst, vocht en zon. Een alternatief is een 12-volts lichtinstallatie, aangesloten op een transformator binnenshuis. Hierop kunt u ook een fonteinpomp aansluiten.

Mocht u toch nog twijfel of denken nee hier ben ik niet zeker.

Stopt u dan met de werkzaamheden en neem contact op met Apulse mocht u dit wensen.

Wij staan z.s.m. voor u klaar om u klus uitvoeren.

Welk merk groepenkast is de beste keuze:

Apulse Werkt alleen met goedgekeurde en kwaliteit ’s groepenkasten die veilig en betrouwbaar zijn.

Wij werken alleen met A-merken dit om u de juiste kwaliteit en betrouwbaarheid te kunnen bieden.
A-merk ABB HAFF is hier een van.

De keuze voor een merk groepenkast is derhalve een kwestie van een persoonlijke "smaak"


WAARSCHUWING:

Wij willen u waarschuwen voor producten (B-merken) welke op dit moment op de markt zijn die niet voldoen aan de kwaliteit en regelgeving binnen Europa. Deze producten zijn vaak niet voorzien van een Europees erkend keurmerk of voldoen niet aan de gestelde RoHS-richtlijnen.

Kema en CE Keurmerk:

Een Kema-Keur en CE-Keurmerk is voor een groepenkast wettelijk verplicht.

Bij veel verzekeraars zijn deze voorwaarden in de Brandverzekering polis opgenomen.
Voldoet u hier niet aan, dan kan de verzekeraar weigeren om bij een eventuele
verzekeringsschade het schadebedrag te vergoeden!

De groepenkasten van Apulse voldoen gegarandeerd aan deze eisen.
Alle HAGER en ABB groepenkasten zijn voorzien van het CE- en KEMA-Keurmerk.

Offerte - Uitvoering - Betaling:

Offerte:

De door ons uitgebrachte offertes zijn altijd geheel vrijblijvend en verplichten u tot niets.
Als u geen gebruik heeft gemaakt van de door ons uitgebrachte offerte, dan verwijderen
wij na de offertetermijn, uit privacy overweging verwijderen uw gegevens uit onze administratie.

Uitvoering:

Mochten er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onvoorziende gebreken in uw
elektrische installatie aan het licht komen, dan zullen wij u hierover zo goed mogelijk adviseren.

Betaling:

Betaling word voldaan na oplevering van de werkzaamheden.

Deze zullen moeten voldoen aan de afgesproken afspraken en voldoen aan de juiste normen.

U ontvangt bij oplevering van ons een factuur die u daarna binnen
de gestelde betalingstermijn van 14 dagen kunt voldoen.

Garantie

U heeft altijd een jaar fabrieksgarantie, bij sommige producten wanneer anders gemeld heeft u zelfs langer fabrieksgarantie.